Tour de France – Rendez-nous les bonifs!
Even terug naar de top van de Tourmalet. Alberto schenkt de ritzege aan boezemvriend Andy, de koninginnenrit eindigt op een anticlimax van jewelste.
Bonificaties aan de finish zouden de spurtdrang van de twee tenoren wellicht hebben bevorderd. Zouden klassementsrijders als Mensjov, Sanchez en Leipheimer misschien tot een vroege uitval hebben verleid.
Spurters die een goede proloog in de benen hebben, zijn eveneens tuk op bonifs. Als Cancellara in de eerste tourweek één rit wint en Cavendish wint er vier, wie heeft dan recht op de gele trui?
Een grotere strijd om geel in de eerste tourweek doorbreekt bovendien de dagelijkse sleur van groepje weg, maximale voorsprong. Van tijd terugnemen, spartelen en spurt. In 2006 veranderde de gele trui vier keer van schouders in week 1 van de tour (Hushovd – Hincapie – Hushovd – Boonen – Hontsjar); dat is aangenaam om te volgen. Nieuwe truien, frisse verhalen.
Uiteraard mogen de bonificaties niet al te veel invloed hebben op het algemeen klassement; twintig seconden bonus is te veel van het goede. Beter is een tijdwinst van tien seconden voor de winnaar, gevolgd door zes, vier en twee voor de volgenden in de rij: de moeite om voor uit het zadel te komen, doch niet allesbepalend.
Tot slot zorgen bonificaties voor een opwaardering van de tussenspurts – de plaatsen waar een handvol geld verdeeld wordt onder het aantal leden van de vroege ontsnapping.
Wat spanning onderweg, het zou de Tour zeer ten goede komen.