privekwestie

Net zoals heel wat Nederlandstalige literatuurliefhebbers iedere kerstperiode opnieuw ‘De Avonden’ van Gerard Reve verslinden, doen Italianen hetzelfde met ‘Una questione privata’ van Beppe Fenoglio. Onder andere Italo Calvino verklaarde het boek jaar na jaar opnieuw ter hand te nemen.

‘Een privékwestie’ speelt zich af tijdens vier druilerige herstdagen in 1944 in de heuvels van het Noord-Italiaanse Piëmont, een streek die we kennen van haar glooiende landschap, Fausto Coppi en voortreffelijke wijnen zoals de lichte Barbera.

Nadat Italië zich heeft overgegeven aan de geallieerden en Duitsland het land is binnengevallen, komt Mussolini aan het hoofd van een marionettenregering te staan. Daarop ontstaat in Italië een grote verzetsbeweging: de partizanen. Die worden veelal opgedeeld in de communisten of de garibaldini en de blauwen of de badogliani en streven hetzelfde doel na: in kleine, eerder ongestructureerde groepjes zoveel mogelijk fascisten een kopje kleiner maken.

Dat doet ook de tweeëntwintigjarige Milton, een partizaan met een bijzondere voorliefde voor de Angelsaksische cultuur – de naam verwijst naar de auteur van Paradise Lost – die eerder de garibaldini diende, maar ondertussen is overgestapt naar de blauwen.

Op een verkenningstocht met een andere partizaan komt hij voorbij het huis van Fulvia, het meisje op wie hij enkele jaren eerder zijn oog liet vallen, die hem beval om liefdesbrieven aan haar te schrijven en aan wie hij de plaat ‘Somewhere over the rainbow’ cadeau deed.

De passages die verhalen over Miltons eerder onbeantwoorde liefde voor Fulvia, zijn de mooiste van het boek. Bijvoorbeeld:

“Achter de deur hoorde hij ‘Over the Rainbow’. Die grammofoonplaat was zijn eerste cadeau aan Fulvia geweest. Na de aankoop had hij drie dagen zonder sigaretten gezeten. Zijn moeder, die weduwe was, gaf hem één lire per dag en die ging helemaal op aan sigaretten. De dag dat hij de plaat voor haar meebracht, hadden ze hem achtentwintig keer gedraaid. ‘Vind je hem mooi?’ vroeg hij met een van spanning vertrokken gezicht, want de juiste vraag zou zijn geweest: ‘Is dit echte liefde?’ ‘Je ziet toch dat ik ‘m weer opzet?’ had ze geantwoord. En toen: ‘Om flauw te vallen zo mooi. Als hij afgelopen is, voel je dat er echt iets is afgelopen.’

En dus vroeg hij een paar weken later: ‘Heb je een lievelingsliedje, Fulvia?’ ‘Ik zou het niet weten. Ik heb er drie of vier.’ ‘Niet…?’ ‘Misschien. Nee, toch niet! Het is heel erg leuk, ontzettend mooi, maar ik heb er nog drie of vier.’

Bij het huis treft Milton Fulvia’s huisbewaarster aan. Fulvia is niet thuis, ze brengt de oorlogstijd in Turijn door. Wanneer de vrouw suggereert dat Fulvia en Miltons jeugdvriend en medepartizaan Giorgio na Miltons uittocht een intieme liefdesband hebben gehad, besluit Milton obsessief op zoek te gaan naar Giorgio, en naar de waarheid over deze ‘privékwestie’. Een lange tocht dient zich aan.

Opvallend is dat Milton de mededeling van de huisbewaarster tijdens zijn zoektocht niet per se voor waarheid neemt, hij weigert zijn vriend op voorhand te veroordelen. Om de waarheid te achterhalen, loopt Milton van linie naar linie, door het mistige, natte landschap, langs bergflanken, over ondermijnde bruggen, wadend door rivieren, tot hij helemaal onder het slijk zit. Slechts af en toe krijgt hij een homp brood toegestopt van een boerenfamilie.

De oorlog gaat tijdens die zoektocht helemaal aan Milton verloren. Miltons onderneming toont vooral de nutteloosheid ervan aan. Daarop duiden onder andere het feit dat hij als verstandige jongeman dagenlang door de mistige bergen dwaalt of de vetes tussen de rode en de blauwe partizanen, die in wezen tegen dezelfde vijand vechten. Exemplarisch is ook een gesprek over het einde van de oorlog dat Milton voert met een oude boerin, bij wie hij blijft slapen tijdens zijn zoektocht naar Giorgio.

‘Maar wanneer dan wél? Wanneer is het dan wel afgelopen? Wanneer kunnen we zeggen: het is af-ge-lo-pen?’

‘In mei.’

‘In mei?!’

‘Dat is waarom ik zei dat de winter zes maanden gaat duren.’

‘Mei,’ zei de vrouw weer bij zichzelf. ‘Het is natuurlijk nog vreselijk ver weg, maar als een serieuze, gestudeerde jongen als jij het zegt, dan hebben we tenminste iets om ons aan vast te houden. Het enige wat wij arme mensen nodig hebben is iets om ons aan vast te houden. (…)’

Maar bovenal is ‘Een privékwestie’ een boek over de liefde, die alles overwint, en die Milton tijdens zijn tocht alle ontberingen laat vergeten. Het belang van die boodschap behoeft na de gebeurtenissen van afgelopen week vast geen extra uitleg meer.

‘Een privékwestie’ verscheen in 2012 in het Nederlands bij De Bezige Bij.

Een privékwestie

Aside