Tour de France – Tour 2011

Wat brengt de Tour van 2011? Een vooruitblik.

  • De Tour start in de Passage du Gois met een rit in lijn, geen proloog dus. Door een nat wegdek ontstond daar in de Tour van 1999 een valpartij waardoor voor enkele favorieten (oa Zülle) de hoop op de eindzege meteen verloren was.
  • Een ploegentijdrit van 23 kilometer op dag twee van de Tour. Nemen de Schlecks dankzij de Beer van Bern meteen al een halve minuut voorsprong op de andere klassementsrijders, of scheiden de wegen van de Luxemburgers en de Zwitser?
  • Laten klassementsrijders zoals Wiggins, Evans en Basso de Giro links liggen om frisser aan de start van de Tour te verschijnen? Hoe ver geraakt een frisse Van De Velde? Wat kan Vincenzo Nibali in Frankrijk?
  • Haalt Cancellara in tijdritten nog steeds de bovenhand van jongere talenten zoals Tony Martin en Richie Porte?
  • Debuteert Peter Sagan in de Tour?
  • Worden de massaspurts weer wat spannender? Wat kan een fitte Farrar? Kan Andre Greipel zijn voormalige ploegmaat het vuur aan de schenen leggen? Heeft Boasson Hagen nog toekomst als spurtkanon? Hoeveel sneller kan Jurgen Roelandts?
  • Vinden de Schlecks ploegmakkers die Alberto en co bergop pijn doen?
  • Meer dan één tijdrit = meer dan twee tourfavorieten? Best mogelijk als Mensjov in deze Tour slechts op twee minuten van de winnaar en op anderhalve minuut van de tweede eindigt.
  • Mag Vacansoleil naar de Tour? De Nederlandse équipe bestaat uit heel wat vrijbuiters die de koers kunnen kleuren: Hoogerland, de broers Feillu, tijdrijder Westra, …
  • Verschijnt er nog steeds iedere dag een toucolumn op http://kenlambeets.be?

Tour de France – Nos performances sont collectives

De Tour 2010 zal ondanks het geringe tijdsverschil niet herinnerd worden als een heroïsche strijd tussen de topfavorieten-boezemvrienden. Voor een echte clash moeten we een beetje naar beneden in het algemene klassement. Protagonisten zijn Nicolas Roche en John Gadret, allebei in loondienst van AG2R.

We spreken afgelopen maandag. Op zesenhalve kilometer van de top van de Port de Balès rijdt kopman Roche, veertiende in de stand en vastberaden om enkele plaatsen te winnen, lek in de groep der favorieten. Hij vraagt het wiel van ploegmaat John Gadret. De veldrijder, drieëntwintigste én eerste Fransman in de stand, weigert obstinaat.

Wanneer Roche met een nieuw wiel opnieuw de aansluiting probeert te vinden met de kopgroep, demarreert Gadret. Het tempo in de groep der favorieten ligt eensklaps heel wat hoger. Roche moet de rol lossen.

Nicolas eindigt uiteindelijk op vier minuten van John en staat die avond pas zeventiende in het algemeen klassement, slechts twee plaatsen voor zijn ploegmaat. Die vier minuten zouden Roche een elfde plaats in het eindklassement hebben opgeleverd, in plaats van de vijftiende plaats waar hij nu staat. Het incident verleidt de Ier tot een sappige uitspraak:  ”Als Gadret morgen dood wordt aangetroffen op zijn hotelkamer, zal ik de hoofdverdachte zijn.”

Dat terwijl er tijdens de tour meerdere keren per dag een reclamefilmpje van AG2R wordt getoond op France 2 met als baseline: “Nos performances sont collectives.”

AG2R zou zich beter spiegelen aan BBox Bouygues Telecom, een soortgelijke ploeg der Franse vrijbuiters. Bbox liet de gele trui voor wat het was en won twee etappes (Voeckler, Fedrigo) en de bollentrui (Charteau). Daarmee verdiende het veel meer (positieve) publiciteit dan de troepen van Vincent Lavenu – uitgezonderd de etappezege van Christophe Riblon. En daar is het in de Tour nog steeds om te doen.

Tour de France – retard

Stukje verschijnt in de loop van de voormiddag.

Tour de France – Rendez-nous les bonifs!

Even terug naar de top van de Tourmalet. Alberto schenkt de ritzege aan boezemvriend Andy, de koninginnenrit eindigt op een anticlimax van jewelste.

Bonificaties aan de finish zouden de spurtdrang van de twee tenoren wellicht hebben bevorderd. Zouden klassementsrijders als Mensjov, Sanchez en Leipheimer misschien tot een vroege uitval hebben verleid.

Spurters die een goede proloog in de benen hebben, zijn eveneens tuk op bonifs. Als Cancellara in de eerste tourweek één rit wint  en Cavendish wint er vier, wie heeft dan recht op de gele trui?

Een grotere strijd om geel in de eerste tourweek doorbreekt bovendien de dagelijkse sleur van groepje weg, maximale voorsprong. Van tijd terugnemen, spartelen en spurt. In 2006 veranderde de gele trui vier keer van schouders in week 1 van de tour (Hushovd – Hincapie – Hushovd – Boonen – Hontsjar); dat is aangenaam om te volgen. Nieuwe truien, frisse verhalen.

Uiteraard mogen de bonificaties niet al te veel invloed hebben op het algemeen klassement; twintig seconden bonus is te veel van het goede. Beter is een tijdwinst van tien seconden voor de winnaar, gevolgd door zes, vier en twee voor de volgenden in de rij: de moeite om voor uit het zadel te komen, doch niet allesbepalend.

Tot slot zorgen bonificaties voor een opwaardering van de tussenspurts – de plaatsen waar een handvol geld verdeeld wordt onder het aantal leden van de vroege ontsnapping.

Wat spanning onderweg, het zou de Tour zeer ten goede komen.

Tour de France – l’étape reine

Tempeesten op de Tourmalet, aldus France 2 over morgen. Zo het weer, zo de koers?  Espérons-le.

Viel dat vorig jaar dik tegen, die koninginnenrit.

Van het voorspelde vuurwerk op de Ventoux komt weinig in huis: teveel tegenwind op de kale berg. Andy is (tevergeefs) te druk bezig met broer Frank aan een podiumplaats te helpen. Brengt boezemvriend Alberto geen seconde in verlegenheid. Juan Manuel Gárate wint de rit; dat heet een anticlimax.

Morgen. Motieven om de breakaway niet te missen, zijn legio:

  • Eeuwige roem voor de winnaar van l’étape reine, al wil menig klassementsrijder ongetwijfeld ook een orgelpunt plaatsen op de Tourmalet.
  • Een tussenspurt na het eerste colletje van vierde categorie: hij die begerig is naar de groene trui, in een zuivere massaspurt tekortschiet en Thor Hushovd heet, maakt best dat ie mee is.
  • De laatste punten voor de bollentrui worden uitgedeeld; Moreau en Charteau weten wat gedaan.
  • Het ploegenklassement valt mogelijkerwijs in haar definitieve plooi.
  • Een ploegmakker vooraan is van levensbelang voor eenieder die een goed klassement ambieert.

De klassementsrijders houden zich wellicht gedeisd tot aan de Tourmalet: de wegen tussen de Col de Marie-Blanque, de Col du Soulor en de Col du Tourmalet zijn lang en vlak. 

Het verschil moet gemaakt worden tussen kilometer zes en acht van de slechte omweg: drie kilometer klimmen aan een percentage van negen procent. 

Wie wint, wordt een monument?

Tour de France – les motifs

Koers is soms oneerlijk.

In een etappe die het beste al lang achter de rug heeft, springt Carlos Barredo op 44,5km van de meet weg uit de kopgroep van tien. Twee koppeltjes in de achtergrond: Armstrong – Horner (RadioShack) en Moreau – Plaza (Caisse).

De Asturiër rijdt de tijdrit van zijn leven. Vecht voor ieder honderdste van een seconde.

Parkeert op een molshoop op vier kilometer van de meet. Trekt zich een laatste keer op gang, verzuurt daarbij tot achter de oren.

Dan zet Christoph Moreau zich op kop van de achtervolgers. Rijdt zich de pleuris, en wel om drie redenen.

  1. Ploegmaat Ruben Plaza, al blinkt die niet bepaald uit in de stiel der sprinters – een strijkijzer, zo wil het jargon.
  2. Leeftijdsgenoot en levende legende Lance Armstrong.  Moreau en Armstrong rijden dit jaar al voor de tiende keer samen de Tour de France. Christophe gunt Lance wel een cadeau bij zijn calvarietocht.
  3. Ploegmaat Rui Costa. Maakte vorige week nader kennis met het voorwiel van San Sebastians laatste winnaar. De twee kemphanen legden het geschil inmiddels bij voor de camera’s, maar vergeven is niet hetzelfde als vergeten.

Wat er ook van zij: Moreau rijdt de laatste restjes uit zijn oude knoken. Carlos strandt op 1024 meter van de meet: doodzonde.

Le nez de Marmande start de spurt op kop; de rest is geschiedenis.

tourcolumn

De column van vanavond wordt de column van vannacht; u weze bij deze op de hoogte gebracht.

Tour de France – les Espagnols

In de afdaling van de Port de Balès rijdt Contador achter een brommer: Suzuki Samuel Sanchez. Landgenoot, geen ploegmakker. Sanchez jaagt hetzelfde doel na als Contador en Mensjov: zoveel mogelijk tijd terugnemen op Andy. Anders dan Alberto en Denis woekert de Asturiër daarbij wel erg roelekoos met zijn krachten.

La Furia Roja, verenigd in het wielrennen als in het voetbal.

Ooit was het anders.

Niets gunden ONCE en Banesto elkaar in de vroege jaren ‘90. Vochten totderdood voor de overwinning in het ploegenklassement. Ook de uitlatingen in de pers waren niet altijd van de poes. Denk maar aan de hoogdagen van Laurent Jalabert, toentertijd in ONCE-loondienst. Erg hongerig. Tussenspurts, ritzeges, ontsnappingen: hij wou het allemaal.

“Onmogelijk”, zei Eusebio Unzué, Banesto’s sportdirecteur, in suggestief Spaans. “Eso no se puede hacer.”

De twee Spaanse ploegen zijn thans historie. Banesto werd iBanesto.com, later Iles Balears, uiteindelijk Caisse D’Epargne. ONCE werd vanaf 2004 Liberty Seguros, ten slotte Astana. Caisse d’Epargne (Banesto) en Astana (ONCE): oude vijanden, nieuwe vrienden.

De vonk slaat over tijdens de Dauphiné van 2009. Alejandro (Caisse) en Alberto (Astana) sluiten een niet-aanvalspact. Evans, op dat moment wellicht de betere, bijt zijn tanden stuk op het kersverse koppel. Alejandro wint de Dauphiné.

Dat wordt niet vergeten. Tijdens de beklimming naar Morzine-Avoriaz presenteert José Iván Gutiérrez Palacios (Caisse), gegrepen na een lange vlucht, een bidon aan landgenoot Alberto (Astana). Geen water voor Andy.

Equipos nacionales, zoals weleer: Luxemburg zou er niet mee gediend zijn.

Tour de France – le Tsar

Denis, de tsaar, doet het rustig aan. Kruipt gestaag voort onder de warme zon. Hij komt er wel.

Denis, de weloverwogene. Russisch, beetje Spaans. Een volger, vlak achter de groten. Onopvallend aanwezig. Zoals Karpets, zoals tapijt. Zo is het; zo was het lange tijd.

Denis, thuis in Iberië. Wint de Vuelta waarin ie tweede wordt (2005). Twee jaar later komt er geen tweede aan te pas.

Denis, stoïcijn op rust. Op retraîte sinds 31 mei 2009 – de afsluitende tijdrit in de Giro. Start met twintig seconden voorsprong op Di Luca. Het regent pijpestelen, Romes kinderkoppen uiterst glad.  In de ultimo chilometro gaat Mensjovs fiets er bij liggen. Nog voor hij zijn stalen ros opnieuw bestijgen kan, krijgt Denis een reservefiets aangereikt. Trekt zich weer op gang, wint de Giro met 41 seconden voorsprong.

Aan de aankomst de ontlading. Oerschreeuwen van een emotieloze Rus.

Sindsdien vindt niemand hem nog saai. Heeft iedereen respect voor Denis, de devote.

Iedereen, behalve Andy. Ziet Denis niet als een bedreiging in de stand. Dat is hoogmoed, dat is arrogant.

De tsaar heeft zijn plan getekend. Zal zich vastbijten in Andy’s wiel, aanklampen in het hooggebergte, zo nodig demarreren in de laatste kilometer. Hem vermorzelen in de tijdrit tussen Bordeaux en Pauillac.

Andy en Denis: de haas en de schildpad.

Denis, op het podium in Parijs.

Er is nog niet gezegd op welke trede.

Tour de France – Sur les maillots

Tegenwoordig klimt de groene trui beter dan de bollen, spurt de bergtrui de groene uit het wiel.

Waar de strijd voor het puntenklassement nog voor enig spektakel zorgt, is dat voor de polkadots veel minder het geval. Zelfs op de kleinste puist worden punten uitgedeeld voor het bergklassement. Gunnen Charteau, Pineau en Moreau elkaar geen cadeau.

Voor de ultieme devaluatie van de bollentrui zorgde de voormalige winnaar van de groene trui Laurent Jalabert: hij werd in 2001 en 2002 bekroond tot beste berggeit. Ook Richard Virenque, niet bepaald een klimmer pur sang, haalde zeven keer de bollen in Parijs. Op ieder colletje van vierde categorie stormde hij als een bezetene naar boven.

Sinds 2004 deelt de tourdirectie dubbele punten uit op de laatste col van de dag, indien het een klim van tweede, eerste of buiten categorie betreft. Toegegeven, van Pellizotti, Sastre, Soler en Rasmussen – de laatste winnaars van de bollen – kan je zeggen dat ze bergop kunnen fietsen. Toch garandeert hun overwinning in het bergklassement niet dat zij de beste klimmers van het peloton waren.

De oplossing ligt voor de hand: registreer de klimtijden van alle renners – zeker mogelijk met de hedendaagse technologie – en tel die bij elkaar op. Enkel zo krijg je een eerlijk bergklassement. Kevin De Weert reed wellicht het snelste naar boven op de klim naar Avoriaz; hij sprong van bij de geloste Chavanel naar de kopgroep. Dat mag beloond worden.

De strijd om de groene trui leverde de laatste jaren wél spektakel op. Toch gaat ook deze trui niet naar wie hem toebehoort: de regelmatigste renner van het peloton. Om de spurters te bevoordelen, worden er in de vlakke etappes immers meer punten uitgedeeld dan in de bergen.

Strikt genomen zou men voor de puntentrui de som moeten maken van de individuele rituitslagen van iedere renner; de groene trui gaat dan naar de renner met het minst aantal punten. Na de rit van vandaag zou het echte puntenklassement er dan als volgt uitzien:

  1. Contador 343
  2. Evans 344
  3. Kreuziger 366
  4. Rojas 399
  5. Van Den Broeck 408
  6. Samuel Sanchez 469
  7. Roche 485
  8. Vinokourov 536
  9. De Weert 545
  10. Lökvist 549

Een mooi klassement, waarin de meest complete renners naar voren komen. Rojas is met voorsprong de beste der spurters. Kanonnen als Cavendish (1145) , Petacchi (767) en Hushovd (884) volgen ver achterop.

(voor het volledige puntenklassement: stuur me een mail)